Column Freddie Dieperink: Pindapot

  Column

Als mijn eega of ik boodschappen gaan doen, dan staat steevast op ons lijstje, de pindapot. Ik heb wel ergens gehoord en gelezen dat pindakaas bijdraagt aan een gezond leven, maar dat wij er nu zo dol op zijn, nee, niet echt. De (gevleugelde) vrienden om ons huis lusten er echter wel pap van. Iedereen kent het wel, heerlijk burgerlijk, één of meerdere vogelhuisjes, voorzien van een gat iets groter dan een pindapot, ergens aan de muur van de schuur of in ons geval aan enkele bomen. In de regel iets voor de winter als het gevogelte wat moeilijker aan brandstof kan komen. Wij doen niet aan seizoensarbeid en zorgen het hele jaar voor voldoende voedsel voor 'onze' huisdieren. Het is niet alleen aantrekkelijk voor het dierenrijk, het is ook kostelijk vermaak. Een schouwspel waar je urenlang naar kunt kijken. Het genereert een geweldige dynamiek in je tuin. Naast de vliegende vrienden hebben we inmiddels ook een huis-eekhoorn die de lekkernij heeft ontdekt. Omdat de pindapotten op hoogte hangen, moet hij of zij alle acrobatische registers opentrekken om er ook van te mogen smikkelen.

Ik verbaas me met enige regelmaat over het atletische vermogen van een eekhoorn. Pindakaas heeft schijnbaar een gigantische aantrekkingskracht en wordt door steeds meer dieren ontdekt. Met de zomerse temperaturen neemt de viscositeit van de pindakaas af. Na de middag hangen de potten bij ons vol in de zon en drupt de smeuïge en geurende smurrie op het gazon. Konijnen hebben dat ook waargenomen en horen inmiddels ook bij de familie. Toch kwam ik vorige week tot een ontdekking. Pindakaas is goed, maar zoals dat met alles gaat, wel met mate. Enkele vogels vreten zich zo vol dat ze moeite hebben om van de grond te komen. We zijn dan ook voornemens om bij de volgende keer dat we boodschappen gaan doen, pindakaas-light, mee te brengen. Wij willen namelijk geen verantwoording dragen voor obesitas in 'ons' dierenrijk.

Meer berichten