Lucy Witteveen (rechts) en Jeannet Boerhof (midden) tussen een groep fysiek gehandicapte kinderen in het zwembad bij Kampala.
Lucy Witteveen (rechts) en Jeannet Boerhof (midden) tussen een groep fysiek gehandicapte kinderen in het zwembad bij Kampala. (Foto: PR)

Lucy en Jeannet terug uit Kampala na maandje ontwikkelingswerk

HAAKSBERGEN - Op de kunstmarkt vorig jaar zomer verkocht de Haaksbergse amateur-kunstenares Lucy Witteveen schilderijen om met de opbrengst daarvan naar Afrika te kunnen gaan voor ontwikkelingswerk. Haar actie had succes en mede dankzij giften kreeg zij voldoende geld bij elkaar om de reis en het verblijf te kunnen bekostigen. Samen met vriendin Jeannet Boerhof verbleef zij een maand in de Oegandese hoofdstad Kampala, waar zij hulp boden aan kinderen in diverse projecten.

Met een goed gevoel zijn ze weer terug na een maand in een heel andere wereld te hebben vertoefd. "De organisatie 'Doinggoood' (met drie o's) waar we mee gewerkt hebben, had ik via internet gevonden", vertelt Lucy. "We hebben op drie verschillende projecten gewerkt: op een kostschool voor fysiek gehandicapte kinderen, in de crisisopvang voor zwangere tieners en bij de streetboys. Wij vormden een aanvulling op de dagelijkse programma's en we mochten zelf bedenken wat wij met die kinderen samen deden. Dat moest vooral leuk gevonden worden. Zo hebben we oer-Hollandse spelletjes gedaan als stoelendans en koekhappen, maar ook activiteiten als zwemmen, inkopen doen op de markt en eten koken. En we hadden shirtjes gekregen van de Bon Boys, die de jongens mochten houden."

De dames, die beide een verpleegkundige achtergrond hebben, kregen hiervoor veel blijheid terug. Op de kostschool werkten ze met kinderen die daar intern verbleven. Voor de zwangere tieners was het een ander verhaal; die moesten voorbereid worden om na hun bevalling terug te kunnen keren naar hun familie. En dan was er nog het project met de straatjongens. Voor hen was er een dagopvang; daar kregen ze een maaltijd en werd hun persoonlijke hygiëne bijgebracht. Uit dit steeds wisselende aantal jongens werd een groep van twintig gevormd die bij voldoende motivatie terecht kon in een 'boys home' met kost en inwoning. Daar kregen ze vier maanden schoolles en werd per kind gekeken hoe het in de maatschappij tot zijn recht zou kunnen komen. Ook werd de familie opgespoord.

Lucy en Jeannet noemen hun verblijf in Kampala een hele ervaring. "Een maand is niet lang, maar wanneer je hele dagen met grote groepen kinderen werkt die het moeilijk hebben, dan zuigt je dat wel leeg! Gelukkig hadden we tussen de projecten door ook vrije dagen waarop we wat van het land konden zien. Voor families is het in Oeganda een groot taboe wanneer een kind gehandicapt is. Dat wordt echt weggestopt. Je beseft dan weer eens hoe goed alles in Nederland geregeld is."

Meer berichten